1		Uit de vlakte nadert met grote snelheid een stofwolk. Vlak voor hem knijpt de berijder van de motorfiets in de remmen. Het achterwiel komt naar voren. Wanneer hij zijn helm afdoet blijkt het een vrouw te zijn. Een fractie van een seconde staat op zijn gezicht verwarring te lezen. Ze kent dit effect bij mannen wanneer ze haar helm afdoet. Ze laat hem in de waan dat ze het niet gezien heeft.

	Was het toeval. De druk hield aan, het leek een bewuste actie. Ze kwam tegen hem aan staan. Was het per ongeluk dat ze in de menigte tegen hem aan werd geduwd. De aanraking bleef komen. Hij deed of hij niets merkte, hij reageerde niet. Het kon toeval zijn, hij was er niet op uit en het kwam hem nu ook niet gelegen. Hij was die avond nergens op uit. Op de fiets naar huis voelde hij zich merkwaardig licht in zijn hoofd, er was iets met hem gebeurd wat zich nu pas achteraf aankondigde. Dat gebeurde hem vaker, een paradoxaal gevoel van aantrekken en afstoten. 
	In het café stonden ze langs de kant van de dansvloer. Het was er stampvol mensen. Hij zei, wat wil je nu, ik ben getrouwd.  Gewoon, voor erbij, zei ze zonder een moment te aarzelen. Sterke reactie vond hij. Ze wisselden geen woord meer. Hun monden en lippen tastten elkaar af. Zijn tong ging in haar warme, vochtige mondholte naar binnen. Hij likte en beet haar in haar nek. Zijn handen begonnen haar lichaam voorzichtig te verkennen. Ze duwde haar dij in zijn kruis. Ze klemde en zoog zich aan hem vast. Zijn hand zocht haar onderbuik op. De ontremming was totaal. Ze vergaten de omgeving. Een roes, onvoorwaardelijk, midden in het publiek, grenzeloos. Het was genant, het moest. Hij had zin om volledig in haar op te gaan. Ze overdonderde hem en hij wilde niet anders. Terwijl ze op de dansvloer heftig stonden te zoenen hijgde ze in zijn oor, ik wil met je naar bed, ik wil met je naar bed. Ze stond te springen van opwinding. 
	Het kwam er die avond niet van, of het had op de achterklep van een auto in het steegje aan het diep moeten zijn. Ze stonden tegen de muur te vrijen. Het was te koud en te plat om het te doen. Als grap stelde hij het haar toch voor.  Daar ben ik te preuts voor zei ze. Op het bankje aan het water zou ze een half uur later zeggen, jammer dat ik geen rokje aan heb, dan was ik nu boven op je komen zitten en had ik je pik in me kunnen voelen. Toen hij haar een paar dagen later weer op het werk tegenkwam, had ze een kort, grijs wollen rokje aan met een rode band.
 
	Hij keek naar haar door een waas van beelden en zo keek zij ook naar hem. Een film opgebouwd uit verlangens van heden en verleden. Hij wilde graag aan haar beeld voldoen en zij wilde in het zijne passen. Beider projecties gingen naadloos in elkaar over. 
	Tegenover de nis waar ze zaten hingen twee grote schilderijen. Waterlelies op de één en lichamen op het andere. Telkens als ze even pauze namen zat hij er wezenloos naar te kijken. Dan vertrok en verdronk hij weer in haar lichaam. Hij deed zich  tegoed aan haar zachte huid, haar vochtige mond, de rillingen die hij in haar lijf te weeg bracht met zijn tong en zijn handen. Ze gaf zich volledig aan hem over en hij verlangde naar haar. Telkens weer en steeds meer. De hele voorafgaande week had hij gefantaseerd over hoe het zou zijn om met haar naar bed te gaan. Haar met kussen te overdekken, te likken, de vingers van zijn handen in haar openingen te voelen en uiteindelijk met zijn pik bij haar naar binnen te gaan. Elke nieuwe ronde in de vrijpartijen van de afgelopen weken leken daar het voorspel van. 
	Met zijn hand voelt hij haar blote rug boven haar wollen rokje. Hij beweegt zijn hand langzaam naar boven. Ze voelt als fluweel, zacht, blank en strak, warm en willig. Hij daalt af tot onder de boord van haar wollen rokje, de bovenkant van haar rechter bil. Ze gaat verzitten zodat hij beter met zijn volle hand onder haar billen kan komen. Op de tast vormt hij zich een beeld van haar lichaam. Eigenaardig dat hij zich er room- en melkwitte kleuren bij voorstelt. Terwijl het net zo goed paars of purper had kunnen zijn. Op zachte plekken gaat er een huivering door hem heen. Op vochtige plaatsen is hij doortastender. Een totaal gebrek aan angst gaat samen met de behoefte om waar nodig alle grenzen te overschrijden. Onkwetsbaar, alles moet wijken voor deze hartstocht. Zijn handen verdwijnen onder haar truitje. Zijn vingers tasten de stof van de beugelbeha af en kruipen naar haar borsten die daaronder verborgen liggen. Ze heeft minder grote borsten dan hij zich had voorgesteld maar ze voelen heerlijk. 

	Zijn knie drukt tegen haar kruis en zijn hand gaat haar slipje binnen. Ze staan vlakbij de ingang van de danshal. Hij hoopt dat het lijkt alsof daar twee mensen alleen maar heftig aan het zoenen zijn. In werkelijkheid verdwijnt onder haar jas zijn wijsvinger tussen haar schaamlippen en voelt hoe ze steeds natter wordt. Na wat omtrekkende bewegingen verdwijnt zijn vinger tussen haar lippen en vindt haar clitoris. Ze kreunt van genot en klemt zich zo dicht mogelijk tegen hem aan. Hij wil haar op alle mogelijke manieren bevredigen en bevoelen. Hij wil haar gek maken van genot. Uit een zucht naar de totale verovering van haar lichaam. Hij wacht een volgende actie van haar niet af. Hij overdondert haar zoals ze hem overdondert en ze antwoordt elke keer opnieuw met alle kracht die in haar zit. Hartstochtelijk. 
	Buiten op een bankje aan het water komt ze boven op hem zitten. Hij betast en likt haar buik en borsten en zijn handen verdwijnen weer tussen haar dijen. Ze had haar schaamstreek geschoren. Hij voelt enkel stoppeltjes. Haar schaamlippen zijn zó gezwollen dat hij z’n vingers er nauwelijks tussen kan krijgen. Haar vochtige spleetje zit diep verscholen onder twee kussentjes. Vanaf de kant van haar billen kan hij haar veel gemakkelijker met zijn vingers binnen dringen. Om zo de hals van haar baarmoeder te bereiken en daar met zijn vinger om heen te draaien. Ze knoopt zijn broek los en neemt zijn pik in haar hand. Wat heb je een lekkere pik. Wat voelt ie lekker. Ik heb zin om je te pijpen zodat je lekker klaar komt. Dat feest gaat niet door. Het is daar aan het water bij het botenhuis te open, te koud en te ongemakkelijk.

	De fractie van een seconde dat ik haar van opzij waarneem is genoeg om haar profiel en haar rondingen met mijn blik aan te raken. Dat is één van de redenen waarom ik het openbaar vervoer bijna nooit vervelend vind. Ieder beeld vertelt een verhaal. Hoe je beweegt, kom op, we gaan de stad in, meisje, je ziet er goed uit, hoe je beweegt, wees nu niet zo verlegen, stap in het licht, zodat iedereen je kan zien, hoe je beweegt. De fantasie achter de blik en de blik die op het lichaam valt. De waarheid van het verlangen gaat s' morgens als een jonge maagd de straat op en komt in het holst van de nacht als de leugen van een plat geneukte hoer weer naar huis. 

	Het feest is uitbundig, veel drank, druk gepraat. Ze hebben weinig contact. Even dansen ze wanneer ze hem op de dansvloer trekt. Na middernacht, het feest loopt op het einde, vertrekken ze naar een café in het centrum van de stad. Ze staat met een kennis te praten terwijl ze zijn en hij haar handen bevoelt. Af en toe leunt hij tegen haar aan. Zij tegen hem. Als bij toeval, maar iets nadrukkelijker dan dat. Bij één van de bestellingen bijt hij haar in haar blote zij. Dat vind ze geil. Om drie uur rollen ze de kroeg uit. Hij wil zo snel mogelijk met haar alleen zijn in het donker. Weg van de anderen, weg van al die ogen. Al die beperkingen die aan de bevrediging van zijn verlangens worden opgelegd. Op straat gekomen duiken ze een verlicht steegje in en tegen de muur beginnen ze elkaar weer te betasten. Geleund tegen de muur streelt hij haar buik, rug en borsten en vingert haar tot ze klaar komt. Ze doet een korte poging om hem af te trekken maar geeft dat al snel op. Het is te koud, hij heeft teveel gedronken en hij is meer met haar dan met zijn eigen lichaam bezig.
	Toen ze klaar kwam liep de spanning uit haar lichaam weg als lucht uit een ballon. Na de vrijpartij stapt ze als een wollige, zwoele, voldane kat richting huis. Ze kijkt niet om, ze is trots, blij en voldaan. Statig ook.  Als een poes die op het dak op avontuur is geweest. Na het scheppen van deze tijdelijke autonome zone stapt hij op zijn fiets op weg naar huis en het echtelijk bed. Een orwelliaanse romance temidden van een totalitair systeem, een romantisch verzinsel om zijn gedrag te plaatsen buiten elke moraal en realiteit. Hij vraagt zich onderweg af waarom dit hem zo goed doet, verleden trekt aan hem voorbij. Waarom handelt hij zo schaamteloos en zonder schuldgevoel?
	Waar je ook gaat of staat, overal zoekt de publieke ruimte contact met de lege ruimte van het verlangen. Thuis op straat terwijl de afstand tussen het afgebeelde, vaak bijna naakte, meestal vrouwelijke individu en de voorbij-ganger steeds groter en onpersoonlijker wordt. Op straat verbeelde hartstochten komen met behulp van abstracties thuis. Aan de vele dingen waar zijn oog op valt, trekt soms iets bijzonder moois de aandacht. Het is alsof een schok van herkenning hem uit zijn normale doen haalt. Hij voelt zich verplaatst naar een toneel op een ander moment in zijn leven. De onrust neemt bezit van hem, er komen vage, ongrijpbare angsten en beelden boven. Soms vervult van melancholie en heimwee. Het verlangen naar het mooie en ondeelbare, naar een ooit eens gevoelde eenheid strijdt met erotische angst en seksueel verlangen. Op dat moment is hij volledig rijp om in welke verslaving dan ook te vervallen. 

	Het miezert, ze zoeken een deur waar de sleutel op past die hij van een vriend heeft gekregen. Hij vermoedt dat de woning aan de rechterkant van de straat moet zijn. Ze zet haar fiets op slot, hij dwaalt naar achteren in de straat. O god, als we het maar vinden. Om nu weer in een café te gaan zitten vozen. Niet te krijgen wat je wilt. Dat niet meer, te frustrerend en ook niet meer bij hen passend nu. Terug in de straat, de andere kant. Verdomd, de sleutel past. Na de trap opgang gaat met de tweede sleutel de eerste deur links open. Donker, gespannen en vol verwachting staan ze in het voorportaaltje. Hij heeft de lichtknop in zijn hand. Hij wacht even om het moment bewust te beleven. Dan drukt hij de schakelaar naar beneden. Goed genoeg, prima, met enige aanpassingen. In de nog bijna donkere kamer omarmt ze hem en begint hevig te zoenen, in hem te klimmen. Hij moet zich schrap zetten om niet achter over te vallen. Na enige aarzeling in het café had ze toegestemd om mee te gaan. 
	Hij had haar nog nooit uitgekleed en haar naakte lichaam gezien. Alleen had hij haar met zijn handen gevoeld, overal. Elke laag die ze uittrekt ziet er even goed uit. Ze pauzeren om een bed te maken. Ze openen de fles wijn die zijn collega voor hen op tafel heeft gezet en schenken twee glazen witte wijn in. Ze doet heel snel de rest van haar kleren uit. Ze is opvallend bruin, haar zoenen zijn zacht en vochtig en haar lijf is warm en rond. Hij besluit dat hij haar de hele avond wil beminnen. Niet snel maar langzaam en plagerig en met pauzes. De hartstocht blijft aanhouden tot het einde, vier uur later. Hij likt haar overal en ze bijt hem in zijn nek, in zijn tepels. Ze houdt ervan om zijn pik in haar mond te nemen. Hij gaat haar binnen van voren, van achteren en opzij. Zijn vingers zijn overal, ze drukt zich in het tapijt, tegen de verwarming en kreunt. Ze wil en ze wil alles. Hoe dan ook. In de pauzes praten ze over de brieven die ze elkaar hebben geschreven. Over de gesprekken die ze hadden. Over de situaties in het openbaar die steeds meer een toneelstuk worden. Gesprekken die niet om de inhoud maar om de vorm en de toon draaien. 
	Wanneer hij naar het toilet gaat en terug komt in de kamer ligt haar goddelijke lijf voor hem uitgestrekt op het matras. Haar mooie, prachtige, lieve gezicht wordt steeds zachter, ronder en zwoeler en haar lijf wordt steeds warmer, ronder en vertrouwder. Ze liggen in elkaars armen als vrienden, verliefden, geestverwanten. Ze klemmen zich tegen elkaar aan met een hartstocht die pijn doet. Hij voelt zich gelukkig, ze is een geschenk uit de hemel. Hoe langer ze bij elkaar zijn, hoe meer ze in elkaar versmelten, hoe ronder en zachter haar gezicht, hoe vochtiger en zwoeler haar ogen, hoe williger haar lichaam. Woorden gaan over in tongen, houdingen in omhelzingen en blikken verdwijnen in zee, totale eenwording en volledige overgave. Geen grenzen, geen remmingen, geen gedachten, geen vrees, totale aanvaarding, samen één zijn. Het bestaat en het is ongelooflijk verslavend en indrukwekkend.

	Lieve Victor, ik ben nu vier dagen in Egypte. Ik moet bekennen dat ik met enige regelmaat aan je denk. Als ik je al even vergeet, dan word ik wel aan je herinnerd door een schaafplek op mijn rug. Naast het matras beland.  Die plek houd ik voor Carlos zorgvuldig verborgen. Ik hoopte natuurlijk dat jij iets geschreven zou hebben. Ik weet natuurlijk niet hoe jij het ervaren hebt afgelopen vrijdag. Ik wilde je toch even laten weten dat ik blij ben dat je de sleutel van Eric had geleend. Ik vond het erg lekker en niet raar. Houd die sleutel dus nog maar even. Als het mag en als jij het wilt. Misschien heb je hem op de terugweg wel gelijk bij Eric in de bus gedaan. 
	In de onderstroom van mijn gedachten kom je voortdurend boven drijven. Ik speel de film van die avond voor kerst aan de haven elke keer weer af. Liefst zo volledig en traag mogelijk. Je lekkere lijf ligt in mijn armen en je woorden stromen als honing naar binnen. Ik vond het heerlijk om daar met jou te zijn zonder anderen in de omgeving. Natuurlijk heb ik de sleutels niet bij Eric door de brievenbus gegooid. Die zijn van ons zolang we daar toegang hebben. Vanmorgen is er een dik pak sneeuw gevallen en op het pleintje achter ons huis houden de jongens sneeuwbal gevechten en verrijzen er sneeuw-poppen. Ik was blij verrast met je briefje uit het hotel. Ik wou dat ik bij je was  in de schaduw van een piramide om grenzeloos met je te kunnen zoenen.
	Hrugada, waar we de laatste dagen zitten lijkt nog het meest op disneyland, gigantische hotels, kitcherig versierd om ons in een kerst-, driekoningenstemming te krijgen. Dit hotel wordt bevolkt door plompe nouveau riche's uit Rusland en Polen die bijzonder antipathiek zijn. Verder is alles zo overdadig dat het bijna genant is. Zeker als je weet hoeveel de Egyptenaren verdienen, gesteld dat ze een baan hebben. We zijn nog naar Cairo geweest wat ik een geweldig leuke stad vond. Ik heb opnieuw mijn rug geschaafd. Nu aan het plafond van de lage gangen naar het binnenste van de piramide. Ik verheug me erop je weer te zien. Ik denk ook veel terug aan ons samenzijn en gelukkig heb ik daar vaak de gelegenheid toe. Liefs, Sabine.t2.html